Muizen

Wekenlang hebben mijn vriend en ik elke dag braaf de afwas gedaan. Met de hand, welteverstaan, want wij hebben geen afwasmachine. En net die ene keer dat er een ieniemienie stapel borden blijft staan, met een omgekeerde, half afgewassen wok eroverheen, dan is het natuurlijk weer raak en worden we midden in de nacht wakker door gerommel en gestommel in de keuken van een feestvierend stel muizen.

Muizen zijn kleine rotzakjes én ze zijn helaas een gegeven wanneer je in een oud huis in de Amsterdamse binnenstad woont. Ik heb dan ook een arsenaal aan verhalen opgebouwd over deze ongewenste medebewoners, die ik graag vertel op saaie verjaardagsfeesten om mensen te choqueren en zodoende mezelf te vermaken. Vooral het verhaal over die zwangere muis die in een val op ons toilet vervroegd is bevallen doet het goed. Wanneer ik de dode muizenbaby’s vergelijk met zompige stukjes rode kool heb ik de gillers op mijn hand.

Liebe Maus.

Mijn ouders, die gisteren op bezoek waren, hebben ook een aantal mooie anekdotes over muizen en zelfs ratten, die ik bij deze graag met jullie deel. We reizen daarvoor af naar de jaren vijftig van de vorige eeuw.

Het is 1955 en mijn vader is dertien jaar oud. Hij woont bij een boer en diens gezin ergens in het zuiden van Duitsland. Het is een tijd waarin weeskinderen worden geadopteerd omdat ze een goedkope arbeidskracht zijn, zo ook mijn pa.

De dieren van de boerderij waarop mijn vader woont en werkt leven van runkelrüben en hoewel dat nogal sprookjesachtig klinkt gaat het hierbij om doodgewone voederbieten die in dit geval op een veld van 100 bij 100 meter groeien (voor de hoogopgeleiden is dat een hectare). Wanneer de boer de bieten wil oogsten blijkt dat er niks van over is gebleven behalve het topje dat uit de grond steekt. De onderkant is volledig weggevreten door muizen.

Runkelrüben aka voederbieten.

Om een einde te maken aan het probleem, wordt het veld meter voor meter omgeploegd en komen er duizenden nesten naar boven met daarin moedermuizen en kleine roze babymuisjes. Mijn vader mag die dag zijn rubberen laarzen aantrekken en heeft van zonsopgang tot zonsondergang maar één taak: genadeloos muizen doodstampen. Dierenleed en kindertrauma’s bestaan nog niet. Bloedrode rubberen laarzen maatje 32 daarentegen wel.

Het is twee jaar later en we bevinden ons aan de Nederlands-Duitse grens bij Venlo waar mijn 15 jaar oude moeder werkt op een kantoor van Vivo. Dat is een groothandel die supermarkten voorziet van diverse waren. Naast het kantoor zit een rijkelijk gevulde opslaghal met pakken suiker, zakken meel, conserven, limonade en bier.

Op een dag ziet een medewerker een rat in het magazijn. Hij gaat achter het beest aan en weet het te vangen bij de staart tussen wijsvinger en duim in. Maar de zoete overwinning krijgt een bittere nasmaak. Het knaagdier bijt namelijk de halve wijsvinger van mijn moeders collega af en gaat er als de wiedeweerga vandoor. De medewerker bloedend en volslagen in paniek achterlatend.

Hou dat mentale beeld nog even vast (dat lukt je wel). We reizen weer terug naar het jaar 2011. Het is 8 juli, ik zit op bed en schrijf deze blog. Om nog meer nare verhalen over ongedierte te voorkomen, geef ik gehoor aan de oproep van mijn vriend, die vanuit de keuken vraagt of ik even kan helpen met de afwas. Het zijn maar een paar borden en een half afgewassen wok, dus die klus is zo gepiept.

Mama en ik.



2 reacties

  1. RobNo Gravatar wrote:

    ***muizen! Voor je het weet heb je een bijnaam… ;-)