Olf

Vanochtend onder de douche bedacht ik me dat ik een reeks sprookjes wilde gaan schrijven over ene meneer Olf. Bij deze het eerste sprookje met de titel ‘Meneer Olf en de drie Zweedse architecten’. Veel leesplezier!

Meneer Olf en de drie Zweedse architecten

(Klik hier voor de luisterversie)

Niet zo heel lang geleden, in een land hier heel ver vandaan (maar wel binnen de Europese Unie) woonde een ongebruikelijke man, met een vreemde naam. Meneer Olf. Klein van stuk, maar met grote handen, tanden en ogen. Meneer Olf wist niet zo goed wat hij het beste kon en dus deed hij bijna elke week ander werk. Sinds het begin van het jaar was hij opeenvolgend koetsenmaker, balletdanser, snoepkeurder in de plaatselijke zoetwarenfabriek, hoepelverkoper, boekhouder, boekweggever, poetsenbakker en bloemist geweest en deze week verdiende hij zijn brood als kapper, of beter gezegd als barbier. Dat zijn kappers die baarden bijknippen.

En meneer Olf, die zelf redelijk behaard was en altijd voorzien van een prachtige, ingevette snor en een pluizige baard, wist als geen ander hoe je moest scheren en knippen. Op een dag, of beter gezegd op de woensdag van die week, kwamen er drie Zweedse architecten de barbierszaak van meneer Olf binnengelopen. Het waren drie broers met rood haar, sproeten in het gezicht, strakke t-shirts en glimmende spierballen. Ze begroetten meneer Olf met een vriendelijk ‘Hallö’, trokken een nummertje en namen plaats in de wachtruimte.

De kortste van de drie lange broers (hij was 1.90 meter en heette Lasse) had een baard die nogal dun was en droog. Droog als stro of droog als de witte wijn die meneer Olf af en toe nuttigde na zijn werk. De middelste van het drietal, was twee meter lang en heette Bosse. Zijn baard zag eruit als een jungle, zo eentje waar je nog onontdekte planten- en diersoorten in kan vinden. De langste van het drietal tenslotte heette Miguel, was 2.10 meter, had een dikke rode baard waaronder een steenpuist zat verstopt, en vond zichzelf de knapste van het stel.

Meneer Olf haalde een mes. Klopte wat scheerschuim in een bakje. Zette een swingend jazz plaatje op en drukte op een knop. In de wachtruimte versprong er een nulletje naar een eentje, het nummer van Lasse, de architect met de droge baard. “Hoe had u het willen hebben?” Vroeg meneer Olf aan de kortste van de drie lange Zweden, die plaats nam in de kappersstoel. “Iets minder drög graag. Iets minder drög, wat körter aan de zijkanten en wellicht met een verrassende twist.” Zo gezegd, zo gedaan. Meneer Olf begon te trimmen en te plukken aan de zijkanten van Lasse’s gezicht. Haalde er een natte, extreem hete lap bij die over de ogen en neus van Lasse werd gelegd, negeerde de ah’s en öh’s die zijn klant als reactie voortbracht, nam een snuif schnupftabak, zette de muziek ietsje harder en nieste een aantal keren krachtig in de baard van Lasse. “I löve it!” Zei zijn klant een paar minuten later, toen hij zijn nieuwe look aan het bewonderen was in de spiegel. Hij streek tevreden over zijn iets minder droge, glibberig aanvoelende baard en nam weer plaats naast zijn broers in de wachtruimte.

“Nummer 2!” Riep meneer Olf. Bosse, de middellangste van de drie lange architecten, verfrommelde het papiertje met de nummer 2 erop, stopte het in zijn broekzak en nam plaats in de kappersstoel. “Hoe had u het willen hebben?” Vroeg meneer Olf. “Zou u het een beetje willen snoeien?” Vroeg Bosse. “Of beter nög haalt u er maar het meeste van weg. Ik wil wel graag een snör, een hipster snör.” Zo gezegd, zo gedaan. Meneer Olf pakte een schaar om wat haren weg te knippen, maar de schaar bleef steken en hoe hij het ook probeerde, hij kreeg ‘m er niet uit. Hij pakte een nieuwe schaar, en nog een, en nog een en elke keer gebeurde precies hetzelfde. “Lukt het een beetje?” Vroeg Bosse die gekriebel aan zijn kin voelde van een vastzittende schaar. “Ja hoor, het gaat lekker!” Sprak meneer Olf, die eigenlijk eventjes niet meer wist hoe hij dit moest oplossen.

Meneer Olf dacht na. Hij had eind vorig jaar toch ook een weekje voor de gemeente gewerkt, afdeling openbare ruimte? En hij was toch per ongeluk vergeten die gemotoriseerde heggenschaar in te leveren nadien? Hij haalde het ding erbij, zette een vrolijk Braziliaans samba muziekje op, draaide het volume omhoog, trok aan het koordje van de snoeimachine en ging helemaal los. Drie kwartier later lagen er overal om hem heen haren, sommige zo dik als lianen, en stonk zijn barbierszaakje een beetje naar al die etensresten die ooit in Bosse’s baard terecht waren gekomen en zich daarna nooit meer hadden kunnen bevrijden uit dat harige oerwoud. Meneer Olf smeerde het glad geschoren gezicht van de middellange Zweed in met iets teveel Old Spice, zoals het hoort, deed wat vaseline over Bosse’s hipster snor en stuurde de tevreden architect weer terug de wachtkamer in.

“Volgende!” Riep meneer Olf. Miguel, de langste van de drie lange Zweden, nam plaats in de kappersstoel, die een beetje krap aanvoelde. “Hoe had u het willen hebben?” Vroeg meneer Olf aan de Zweedse architect die eigenlijk wel erg tevreden met zichzelf was. “Ach, knipt u het maar een beetje bij, ik kan een höp hebben.” Zo gezegd, zo gedaan. Meneer Olf haalde uit een lade de speciale bij-knip-schaar en begon met knippen en bij elke knip die hij maakte kwam er wat haar bij en werd de dikke rode baard van de langste broer steeds voller en langer. Na een paar minuten knippen toonde hij het resultaat aan Miguel die hevig reageerde op wat hij zag. Zo hevig dat zijn steenpuist een beetje begon te kloppen. “Maar eh..u kon toch een hoop hebben?” Pruttelde meneer Olf. Miguels woede nam echter toe door die opmerking en zijn hoofd werd nog roder dan zijn baard en de steenpuist, laten we het niet mooier maken dan het was, barstte open en voorzag het barbierszaakje van meneer Olf met een spekkige, romige, gele laag lichaamsprut. Alles zat onder. Alles.

Meneer Olf barstte in huilen uit. Nu had hij sinds drie werkdagen een goedlopende barbierszaak met alleen maar tevreden klanten en door een cultureel verschil (in Zweden wordt met bijknippen bedoeld dat de baard korter wordt geknipt) was zijn hele zaak geruïneerd. De inmiddels bedaarde, bebaarde architect van 2.10 meter bood meneer Olf zijn oprechte excuses aan voor de plakkerige bende en zijn woedeaanval. Hij vond het ‘vanzelfsprökend’ in zijn woorden om de veroorzaakte schade te herstellen en hij wilde zelfs betalen voor zijn bijknipbeurt, want stiekem was hij toch best tevreden met hoe hij er uitzag, zoals altijd eigenlijk.

De langste Zweedse architect, riep zijn middellange broer met de hipster snor erbij en zijn nog iets kortere broer van 1.90 meter met zijn glibberige baardje en samen besloten ze de barbierszaak van meneer Olf weer op te knappen. Meneer Olf kon zijn geluk niet op. Zijn zaak zou onder handen worden genomen door drie Zweedse toparchitecten. Hij had nog wel een verzoek. Of de heren er misschien een platenzaak van zouden kunnen maken. En zo opende de maandag erop de platenzaak van meneer Olf of beter gezegd Olfs Krasse Vinyl Toko. En als hij daar niet nog steeds werkt dan zal hij vast wel weer aan een andere baan zijn begonnen. En de drie Zweedse architecten? Die waren nog steeds lang en gelukkig. Einde.

Bosse.



Reacties zijn gesloten.