Zaterdag

We gaan naar de hel. Daar waar het ruikt naar zwavel en zonnebrandolie en waar iedereen loopt te klagen dat vroeger alles beter was.

Het is elf uur ’s ochtends en over zeven uur vergaat de wereld. Mijn vriend en ik ontbijten met een babbeltje, biologisch brood en verse jus. Uit de speakers van de laptop klinkt Willem Nijholt. Hij zingt over de verboden kus van Romeo en Julius. Het lied, geschreven door Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink, heet ‘Sorry dat ik besta’ en het past perfect bij deze zaterdag des oordeels. Jij en ik. Hij en zij. Wij gaan er allemaal aan vandaag. Wordt het heilige boontjes verbouwen in de hemel of bakken en braden in de hel?

Eigenlijk had ik in maart al het idee dat we het einde van het jaar niet zouden halen. Die verschrikkelijke atoomramp in Japan. De opstanden in het Midden-Oosten. De dood van Liz Taylor. Het gaat je niet in de koude kleren zitten. En al helemaal niet als je Harold Camping heet, fanatiek volgeling bent van Djeeeezus `the lord our saviour´ Chuuurist en hartstochtelijk verlangt naar het einde van zeg maar gerust alles wat jou en mij dierbaar is. Dan start je wereldwijde reclamecampagnes op en probeer je mensen te bekeren met enge posters. En die hang je dan op op plaatsen waar mensen altijd staan te wachten op verlossing uit hun lijden te weten treinstations.

Jezus op de rommelmarkt: venite ad me omnes.

Het is drie uur ’s middags en over drie uur vergaat de wereld. Op de Nieuwmarkt in Amsterdam staat een klein podium met daarop een klungelige presentator die met zijn rug naar het publiek een dansact aankondigt. Op het podium verschijnen twaalf danseressen van verschillende leeftijden en omvang, in roze en zwarte t-shirts, stuk voor stuk Oost-Aziatisch met een verdwaalde Russin ertussen. Ze doen een aandoenlijk dansje om de geboorte van Boeddha te vieren. Aanhangers van de verkeerde religie. Hun glimlach is hartverwarmend. Net als het applaus van het aanwezige publiek. Ze moesten eens weten wat hen te wachten staat.

Het is vijf uur ’s middags en over een uur vergaat de wereld. Op Amsterdam Centraal kopen we een weekendretour Tilburg want de enkeltjes hel zijn uitverkocht. We zijn op weg naar de Meimarkt. Dat is een rommelmarkt die ’s nachts begint en waar je voor vijftig cent de mooiste spullen koopt. Naast ons in het treincoupé zitten een jongen en een meisje die het einde van de wereld bespreken. Ze zijn de aanvangstijd vergeten. Is het nou zes uur of twaalf uur? En gaat het dan om Nederlandse of Amerikaanse tijd? Aardig als ik ben vertel ik ze dat we nog 55 minuten te leven hebben.

Het is zes uur ‘s avonds.

Het is één minuut over zes ’s avonds en we leven nog of de hel lijkt wel heel erg op mijn dagelijkse bestaan. Op mijn Facebookpagina verschijnt een foto van een uitzinnig vrolijke Marco met als bijschrift: ‎’18.01 uur en de wereld is niet vergaan. Jeeeeeeej. High five to all you non believers out there.’ Acht mensen liken het. Twee mensen laten een reactie achter.

Een paar uur later dwaal ik opgelucht over de Meimarkt op zoek naar schatten. Tussen een stapel stoffige kinderboeken vind ik ‘De beer, die een beer wou blijven’. Een Zwitsers prentenboek over een beer waarvan iedereen denkt dat het een fabrieksarbeider is. Aan het einde van het verhaal lijkt de beer te zijn vergeten wie hij is en overlijdt hij ondergesneeuwd voor de ingang van zijn hol. Na een tweede inspectie van het boek blijkt dat ik me heb vergist en dat het verhaal toch goed afloopt. Het voelt als mijn eigen kleine Harold Camping-momentje.

De beer, die een beer wou blijven.




Reacties zijn gesloten.