Zondag

Half één ’s middags en de Ferdinand Bolstraat is verlaten. Iedereen is aan zee, of in het park of in de Dirk, want daar barst het ineens van de mensen. Sebas en ik verlaten de winkel met een van de laatste stokbroden, brie, ham, yoghurtdrank en een bak American Coleslaw van Johma. Het is zondag, fantastisch weer en we hebben een plan: we gaan pikken kijken.

Altijd als de zon schijnt waan ik me toerist in eigen stad. Sebas en ik zitten beide met een korte broek en twee spiksplinternieuwe zonnebrillen (vijf euro per stuk) op een aanmeerplek voor Hop On-Hop Off-boten bij de Hermitage aan de Amstel. Voor ons een dwarsdoorsnede van de stad. Een strakblauwe lucht en een oneindige stroom aan bootjes. En er is een meeuw die aast op onze lunch. En een meerkoet die af en toe de meeuw wegjaagt, maar die van ons niets krijgt, omdat we het maar een stom beest vinden. We babbelen wat over mogelijke vakantiebestemmingen en besluiten verder te wandelen wanneer onze rust voor de derde keer wordt verstoord door een Hop On-Hop Off-bootje met vermoeid uitziende, bezwete toeristen.

We pikken een terrasje in de schaduw op de hoek Staalstraat-Zwanenburgwal. Er speelt een jazzorkest, drie relaxte muzikanten en een roodharig zangeresje. Sebas, zelf ooit bijna pianist, vraagt zich af of die mensen succesvol zijn. En als ze dat niet zijn, waar dat dan aan ligt, want de muziek die ze maken klinkt prima. Ik wijs hem vier Spanjaarden aan bij een boom tegenover het café die aandachtig staan te luisteren. Ze voorzien het orkest van een bescheiden applaus. Daarna gaan ze ervandoor. “Dat is toch ook succes!” Zeg ik op mijn gemeenst. “Het is in elk geval beter dan niks.”

We hebben een plan…

We banen ons een weg door hoerenlopers op de Wallen en lopen de Oude Kerk binnen voor nog meer menselijke ellende. Een bezoek aan de World Press Photo-tentoonstelling is de moeite waard. Elk jaar weer. Maar het is ook een beproeving. In een uurtje of anderhalf loop je van foto naar foto. Oorlog, ziekte, haat, onmenselijkheid, verdriet. Je ziet het. Voelt het. Probeert het een plaats te geven. En net als je denkt dat het je allemaal teveel wordt, kom je bij de afdeling met grappige foto’s. Met een voetballer die door een collega in zijn gezicht wordt geschopt of van wulps geklede Ierse meisjes op de jaarlijkse paardenmarkt. Die doen je bijna vergeten dat je zojuist nog een foto hebt gezien van een Afrikaanse man die een kinderlijk op een stapel met andere dode kinderen gooit.

Pikken. We gaan pikken kijken. De Volkskrant schreef erover op de kunstpagina, dus ik mag er eerlijk en open over zijn. Ik heb ze gezien. Tientallen afdrukken van piemels in geerectioneerde toestand gemaakt van keramiek. Hangend aan de muur van galerie en lunchroom Boven, onderdeel van fetisjwinkel RoB in de Warmoesstraat. De meeste exemplaren zijn groot. Indrukwekkende, joekels van pikken. Monsters. De kunstenaar, die aanwezig is om zijn werk toe te lichten, vertelt dat hij moeite had met het vinden van mediummodellen: “Ze waren vast verlegen.” We vergapen ons aan al dat natuurschoon terwijl hij enthousiast doorpraat en besluiten even later naar huis te gaan. Moe, voldaan en een tikkeltje opgewonden.

Keramieken pikken.



One Comment

  1. KimNo Gravatar wrote:

    Gniffel de gniffel